Band tussen broers en zussen vastgezet in ‘oud’ Burgerlijk Wetboek


Het ‘oud’ Burgerlijk Wetboek geeft minderjarige broers en zussen voortaan uitdrukkelijk het recht om samen te blijven, ook na een scheiding van de ouders of na plaatsing in de jeugdhulp. Alleen in zeer uitzonderlijke gevallen, wanneer het belang van een kind vereist dat het recht op samenblijven niet wordt uitgeoefend, mag een andere regeling worden uitgewerkt. Maar dan nog moet maximaal worden gestreefd naar een behoud van persoonlijk contact tussen broers en zussen.


De wetgever wijzigt ook heel wat reeds bestaande bepalingen van Titel IX ‘Ouderlijk gezag en pleegzorg’ om er maximaal voor te zorgen dat broers en zussen samen kunnen opgroeien:


1. Huisvesting na de scheiding van de ouders: met dezelfde wet wordt de rechtbank opgelegd om te streven om voor àlle broers en zussen eenzelfde regeling uit te werken.


2. In het art. 375bis ‘oud’ BW wordt voortaan uitdrukkelijk gesteld dat àlle broers en zussen op elke leeftijd het recht hebben persoonlijk contact met elkaar te onderhouden.


3. Wat de voogdij betreft, wil de wetgever dat vrederechters voor broers en zussen bij voorkeur dezelfde voogd aanduiden (rekening houdend met het belang van elk kind).


De wet trad in werking op 19 juni 2021.

18 weergaven0 opmerkingen

Recente blogposts

Alles weergeven